Varkensmutsje

[Longread] Islamofobie, de stand in het land (deel 1)

De vaste lezer van Batavirus weet dat ondergetekende inmiddels het nodige over het fenomeen ‘islamofobie’ heeft geschreven, zoals hier, hier en hier. Hoewel ‘islamofobie’ in deze artikelen enigszins geanalyseerd wordt, ligt de focus van deze artikelen vooral op het gebruik van ‘islamofobie’ als frame. Het onterecht aanwenden van islamofobie als motief voor incidenten of het overdrijven van de aard en aantallen van incidenten voor publicitaire of, in het geval van de Rotterdamse moslimpartij NIDA, politieke doeleinden.

Alvorens de dieper liggende motieven voor het gebruik van ‘islamofobie’ als frame binnen de media verder te kunnen verklaren, is het echter noodzakelijk het fenomeen an sich nader te bestuderen. We zijn inmiddels een gruwelijke, door de islam geïnspireerde aanslag heel dicht bij huis in Brussel en een aantal breed in de media uitgemeten islamofobe incidenten verder. Hoe staat het met islamofobie in Nederland? Terwijl ik dit schrijf publiceert stichting Meld Islamofobie het jaarrapport van 2015.

Stichting Meld Islamofobie is een burgerinitiatief van vier jonge moslim professionals met als doel islamofobie en islamofobe incidenten in Nederland inzichtelijk te krijgen. Islamofobie wordt door de Nederlandse overheid namelijk nog niet (overal) als een aparte categorie haatmisdrijf geregistreerd. Bij gebrek aan officiële cijfers werd dit initiatief gestart naar aanleiding van islamofobe incidenten na de aanslag op Charlie Hebdo in januari 2015. Daarnaast stelt Meld Islamofobie zich tot doel moslims die slachtoffer zijn van islamofobie te motiveren om dit te melden en aangifte te doen.

Islamofobie: definities
‘Islamofobie’ is een lastig te hanteren containerbegrip. Stichting Meld Islamofobie gebruikt de algemene definitie van de antropoloog en salafisme onderzoeker Martijn de Koning:

Islamofobie is het construeren van een negatieve, generaliserende en essentialistische definitie van islam die leidt tot het maken van een hiërarchisch onderscheid tussen niet-moslims en moslims. Dit gebeurt om de moslims als groep te problematiseren op basis van hun religie.

Hoewel er natuurlijk van alles op deze definitie aan te merken valt, is het mijns inziens een gepasseerd station om over de term of het concept ‘islamofobie’ te blijven discussiëren zoals nog regelmatig gebeurt. De beschrijving die De Koning hier geeft is immers een realiteit in de media en het publieke debat hoe problematisch de samenvoeging van de woorden ‘islam’ en ‘fobie’ ook moge zijn. Belangrijk om te vermelden is hier wel dat islamofobie zoals omschreven in de definitie van De Koning niet strafbaar is. Het verbaal of met fysiek geweld uiten van haat tegen moslims of moskeeën is dat natuurlijk wel alsmede het discrimineren van moslims op basis van hun ‘moslim-zijn’  in een professionele of maatschappelijke setting. Het lijkt mij dan ook verstandig om met betrekking tot deze problematiek voortaan drie begrippen te hanteren: 1) islamofobie 2) moslimhaat en 3) moslimdiscriminatie, waarvan uitsluitend de laatste twee strafbaar zijn.

Het rapport
Dat laatste onderscheid wordt in feite ook gemaakt door Meld Islamofobie met hun definitie op basis waarvan zij incidenten registeren:

Fysiek of verbaal geweld, uitsluiting en discriminatie gericht tegen moslims omwille van hun ‘moslim zijn’: van discriminatie op de arbeidsmarkt, op de werkvloer, en in het onderwijs, tot verbaal en fysiek geweld op straat en scheldpartijen op het internet.

Meldingen
In totaal kwamen er in 2015 158 meldingen binnen die de stichting als ‘islamofoob’ (lees moslimhaat, moslimdiscriminatie) incident aanmerkte en dus registreerde. Meldingen kunnen worden gedaan via facebook of de site Meld Islamofobie. De drempel om iets te melden is dus relatief laag. De stichting controleert vervolgens de melding op waarheid en toetst die aan de bovenstaande werkdefinitie waarbij uitsluitend het ‘moslim zijn’ als reden voor haat of uitsluiting geldig is. Het is met het oog hierop jammer dat Meld Islamofobie het totaal aantal meldingen dat is binnengekomen niet vermeldt in het rapport. Dat had enig inzicht kunnen geven in hoe streng de werkdefinitie wordt toepast in het karakteriseren van incidenten als moslimhaat of discriminatie, aangezien het vaststellen van een ‘haatmisdrijf’ in ook algemene zin redelijk lastig is.

Geen gegevens vóór 2015
Omdat Meld Islamofobie geen gegevens heeft van de jaren vóór 2015 is het nog niet mogelijk om conclusies te trekken over de ontwikkeling van moslimhaat in Nederland. Desalniettemin pakten de no-no’s van de NOS gisteren op basis van het net verschenen rapport al weer groot uit met de kop: ‘Meer islamofoob geweld in Nederland’. Het enige wat er uit het rapport te concluderen valt wat betreft de ontwikkeling van moslimhaat, is dat er een verband bestaat tussen door de islam geïnspireerde aanslagen in Europa (Parijs) en het aantal incidenten. Dit mag, hoe vervelend ook, geen verrassing heten. Ruim een derde (54) van de geregistreerde incidenten kwam binnen in januari na de aanslag op Charlie Hebdo. Na de veel grotere aanslagen in Parijs op 13 november werden 32 incidenten geregistreerd om in december verder te dalen naar 14 incidenten. Aangezien ook verreweg de meeste fysieke mishandelingen met een moslimhaat achtergrond plaatsvonden in januari (11 van de in totaal 16) zou je zelfs eerder kunnen concluderen dat ‘islamofoob geweld’ in relatie tot aanslagen afneemt en dat er een bepaalde gewenning optreedt. Met het oog hierop is ondergetekende benieuwd hoeveel incidenten er de afgelopen vier weken – na de aanslagen in Brussel – zijn binnengekomen.

Aantallen
Het rapport blinkt helaas niet uit in duidelijkheid. Dat komt vooral omdat de samenstellers voortdurend strooien met percentages van percentages terwijl dat bij een relatief laag absoluut aantal incidenten van 158 niet nodig is. Voor de duidelijkheid zet ik de incidenten gecategoriseerd naar de aard van het incident even op een rijtje:

Soort incident Aantal(len)
Verbale moslimhaat/belediging 73
Poging tot fysiek geweld / spugen 16
Fysieke mishandeling 16
‘Islamofobe’ protesten/demonstraties 20
Moskeeën als doelwit vandalisme/bedreiging 17
Overig 16
TOTAAL 158

Om het absolute aantal van 158 incidenten enigszins in perspectief te zetten: het aantal antisemitische incidenten dat in 2014 (2015 is nog niet bekend) geregistreerd werd door het Cidi was 171. Het aantal verkrachtingen in hetzelfde jaar lag boven de 700, straatroven meer dan 5000. Hoewel ieder incident met een moslimhaat achtergrond er natuurlijk één te veel is, mogen we stellen dat het relatief gezien enigszins meevalt met het aantal incidenten. In het rapport stelt Meld Islamofobie zelf dat aangezien het hier alleen om de bij hun binnen gekomen meldingen gaat, deze cijfers het topje van de ijsberg weergeven. Dat lijkt enigszins overdreven. Zeker als het gaat om ernstige incidenten zoals de 16 fysieke mishandelingen of 17 acties tegen moskeeën, mogen we er in het huidige mediaklimaat toch vanuit gaan dat dat soort incidenten via sociale media in het nieuws komen en geregistreerd worden. Bij verbale moslimhaat – bijna de helft van de geregistreerde incidenten – ligt dat, hoewel de drempel om iets te melden laag is, inderdaad anders.

Zorgelijk
Weinig verrassend maar wel zorgelijk is het feit dat het overgrote deel van de individuele slachtoffers van moslimhaat – 93 van de 104 – moslima’s betreft. Vanwege het dragen van een hoofddoek zijn zij de meest zichtbare manifestatie van de islam als religie in het dagelijks leven. Daarnaast is het risico op geweld bij geuite moslimhaat tegen vrouwen natuurlijk kleiner. Dit zegt wat mij betreft wel het een en ander over het type (laffe) dader waar het moslimhaat betreft. Tenminste wanneer de dader een man is. Vreemd genoeg is de enige categorie daders die gespecificeerd wordt in het rapport ‘de witte man’. In het rapport stelt Meld Islamofobie dat van 80% van de 100 individuele daders de etniciteit bekend is. Van die 80 daders is 89% wit volgens het rapport, dus 71 witte daders. 67% van de 80 daders waarvan de etniciteit bekend is, is een witte man dus 53,6 (wellicht 53 en een wat genderneutrale). Dat houdt in dat er dus 17 witte vrouwen en 9 mannen ‘van kleur’ als daders aangemerkt kunnen worden. Dat de daders ‘van kleur’ mannen moeten zijn volgt automatisch uit het feit dat van de 100 daders (waarvan maar van 80% de etniciteit bekend is) 82% man is.

De witte man
De witte man heeft dus overduidelijk het grootste aandeel in islamofobe incidenten, vandaar dat deze waarschijnlijk als enige categorie gespecificeerd is. Daarmee wordt echter wel een opvallende zaak over het hoofd gezien. Op pagina 8 staat namelijk dat waar moslima’s het slachtoffer waren van fysiek geweld (spugen, poging tot geweld of mishandeling) dat 24 keer (89%) een man de dader was. 14 keer een witte man (58%) en daarmee automatisch 10 keer een man ‘van kleur’. Dus alle 9 of 10 mannen van kleur (zoals we in de bovenstaande alinea zagen kunnen dat er maar 9 zijn en komt het verschil door gestrooi met procenten) waren als dader betrokken bij de meest heftige incidenten, namelijk fysiek geweld naar moslima’s. Als gegeven lijkt mij dat opmerkelijk en verder onderzoek waard.

Opmerkelijk
Wat ook als opmerkelijk en problematisch uit het rapport naar voren komt, is dat bij de ergste incidenten – fysiek geweld – maar slechts in een derde van de gevallen aangifte is gedaan. Van het totale aantal van 158 incidenten werd in 58% van de gevallen aangifte gedaan. Dat dat percentage bij de meest ernstige incidenten een stuk lager ligt is zeer opmerkelijk. Een bewustwordingscampagne om aangifte te doen van incidenten gedreven door moslimhaat, zoals Meld Islamofobie zich ten doel stelt, lijkt mij daarmee broodnodig. Ook om een andere reden is het doen van aangifte echter belangrijk. Na een opgenomen aangifte wordt door het OM de zaak onderzocht en wordt er dus door een andere instantie dan Meld Islamofobie vastgesteld of het incident wel voortkomt uit moslimhaat.

Proef op de som
Ik nam de proef op de som. Op de site van Meld Islamofobie staan alle incidenten op een kaart van Google met markers en tekst aangegeven. In januari deed ik verslag van een rechtszaak van een mishandeling van een moslima na een verkeersruzie. Het incident dat in maart 2015 plaatsvond, werd door het Algemeen Dagblad en de Rotterdamse moslimpartij NIDA als ‘islamofobe’ mishandeling groot in de media gebracht. Tijdens de rechtszaak bleek echter dat het om een uit de hand gelopen verkeersruzie ging, waarbij de rechter aan het begin van de rechtszaak expliciet vermeldde dat het incident niets te maken had met islamofobie. Deze mishandeling, zo blijkt want het staat nog steeds aangegeven op de kaart van Meld Islamofobie, is dus onterecht wel meegeteld in het rapport van Meld Islamofobie.

Ook opmerkelijk
Wat dat betreft is het ook opmerkelijk dat een van de medewerkers van Meld Islamofobie Nadia Benaissa is. Zij is een van de auteurs van de moslim website Wij Blijven Hier en heeft de inleiding van het jaarrapport 2015 geschreven. Afgelopen februari schreef zij het stuk Islamofobe Superhero’s over de Haagse politie naar aanleiding van het afpakken van een telefoon en een verhoor van een 16-jarige moslima. Ondergetekende volgde deze zaak op de voet en deed er uitgebreid verslag van. Achteraf bleek duidelijk dat het bij deze zaak om een ‘islamofobie-frame’ ging waarbij de beschuldigingen van mishandeling en belediging vanwege het geloof van het meisje ongegrond bleken. Ik benaderde Wij Blijven Hier met de vraag of Nadia nog een rectificatie bij haar stuk ging plaatsen. Als antwoord kreeg ik een onbegrijpelijke Whats App waaruit ik in ieder geval kon opmaken dat er geen rectificatie geplaatst zal worden. Het stuk staat nog steeds zonder rectificatie online en ik vraag me af of dit ‘islamofobe’ incident meegeteld wordt in de rapportage over 2016.

Islamofobie bestaat
De reden dat ik zo kritisch ben naar het verschijnsel islamofobie is dat het mij in 2015 opviel dat vanuit regressief linkse hoek en de moslimgemeenschap zelf een soort alarmistische sfeer rond islamofobie in de media werd gecreëerd, dat naar mijn gevoel niet strookte met de werkelijkheid. Het overdreven discours, vreemde incidenten waar geen aangifte van gedaan werd. Het leek alsof islamofobie perse een groot probleem moest zijn voor een publicitair en daarmee politiek doel. In de wijk waar ik woon, waar de meerderheid van de vrouwen gesluierd over straat gaat, en bij de twee moskeeën vlak bij mijn huis viel daar niets van te merken. Dat neemt echter niet weg dat sinds ik het nieuws rond islamofobie ben gaan volgen, ik van mening ben dat er wel degelijk een probleem rond islamofobie in de Nederlandse samenleving bestaat. Dat maakt het mijns inziens ook noodzakelijk om islamofobie als probleem en islamofobie als publicitair en politiek instrument  – voornamelijk gebruikt tegen het aanwakkeren van islamofobie door een partij als de PVV maar niet uitsluitend, hier kom ik in het derde deel op terug – duidelijk te scheiden. Ik ben daarom ook voorstander van het apart registreren van incidenten gedreven door moslimhaat door de Nederlandse politie.

Social media
Wie regelmatig op sociale media vertoeft, kan de eindeloze stroom anti-islam berichten of onversneden moslimhaat nauwelijks bijhouden. Aangewakkerd door aanslagen uit naam van de islam in Europa, Wilders en zijn PVV, de gruwelijkheden uit Syrië en andere delen uit de islamitische wereld, de vluchtelingencrisis, is er langzamerhand een klimaat ontstaan dat voldoet aan de definitie van islamofobie van De Koning zoals die hierboven omschreven staat. Dat klimaat grenst af en toe aan hysterie en irrationele angst (fobie). Als het halve land op zijn kop staat omdat de HEMA ‘paaseieren’ geen paaseieren meer noemt maar ‘voorjaarseieren’ en dat als ‘islamisering’ wordt voorgesteld dan mag men toch wel stellen dat er een probleem is. Over het klimaat van islamofobie in de (sociale) media en het publieke debat en de daadwerkelijke strafbare incidenten gedreven door moslimhaat die daar uit voorkomen zoals de bedreigingen of ‘aanslagen’ op moskeeën van de afgelopen periode, gaat deel 2 van deze serie ‘Islamofobie, de stand in het land. In het laatste deel 3 zal ik tot slot ingaan op het gebruik van ‘islamofobie’ door linkse groeperingen en de moslimgemeenschap zelf als politiek counter narrative in oppositie tot Wilders, de PVV en extreem rechts.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *