headers_rembrandt

Zelfreflectie (2): Rancune

Afgelopen week sprak iemand mij verwijtend toe op twitter: ‘als er iemand rancuneus is dan ben jij het wel!’ ‘Rancuneus zijn’ wordt in zijn algemeenheid niet als positieve karaktereigenschap beschouwd en dus trok ik mij deze opmerking aan. Ben ik bijzonder rancuneus, dat wil zeggen haatdragend en wraakzuchtig? Na enig zelfonderzoek denk ik dat dat inderdaad het geval is. Geen mooie eigenschap maar een en ander dient natuurlijk wel in context geplaatst te worden. Het gaat wat betreft het bovenstaande verwijt over rancune in de opiniewereld, de online media en daaraan verbonden twitter.

In deze wereld heb ik een reputatie opgebouwd als ‘ruziezoeker’ of ‘ruziemaker’. Aangezien ik met heel veel verschillende mensen ‘fitties’ heb gehad en heel veel mensen met wie ik geen ruzie heb, mij – soms uit gemeende bezorgdheid – er op wijzen dat dat het geval is, klopt die reputatie ook. ‘Een rancuneuze ruziezoeker’ dat is echt de totaallul der totaallullen maar hoewel ik wel degelijk begrijp dat ik als gemene deler bij veel verschillend gezeik ook een voorname oorzaak van veel gezeik ben, voel ik me over het algemeen geen totaallul. Waarom eigenlijk niet?

Ten eerste omdat ik in mijn persoonlijke leven een stuk relaxter ben dan in het publieke debat. Natuurlijk ben ik ook daar niet de makkelijkste en heb ik dezelfde grote bek maar daar staat tegenover dat ik bovenmatig empathisch ben naar mijn directe omgeving toe. Trouw, eerlijk, loyaal, behulpzaam en begripvol. Het publieke debat en de bijbehorende sociale media echter, dragen een intrinsiek competitief element in zich.  In zo’n omgeving waar echte persoonlijke banden veelal ontbreken ontwikkel ik – een bijna ziekelijke – geldingsdrang waar ik me niet ten alle tijden bewust van ben. Ik weet dat ik wat dat betreft een beetje gek ben. Het is een wedstrijd, met inhoud en argumenten, en ik probeer naast mijn persoonlijke kinnesinne wel altijd inhoudelijk te blijven. Maar ik blijf knokken tot het einde.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat ik de meeste problemen heb met de ‘ego’s’ in het online media wereldje. Hoewel ik respect heb voor inhoud, heb ik totaal geen respect voor ego’s of autoriteit. Een soort onbewuste zelfhaat die ik bewust op andere ego’s projecteer. Ik ben nieuw in dit wereldje, ik blog nu een jaartje over van alles en nog wat, maar als ego – op basis van levenservaring, kennis en inhoud,  eis ik dezelfde positie op als de gevestigde media-ego’s. Dat mag als brutaal, arrogant en irritant beschouwd worden door hen – ik kom ten slotte net kijken als stukjestikker – maar zolang het om de inhoud blijft gaan mag ik daar terecht schijt aan hebben vind ik.

Voor de media-ego’s is dat natuurlijk klote. De meesten – hoewel het voor mij naast mijn eigen ego en geldingsdrang ook wel degelijk om de inhoud gaat – hebben dan de natuurlijke reactie om je te gaan negeren. Dat is begrijpelijk maar voor mensen zoals ik olie op het vuur, helemaal als ik door heb dat ik ze inhoudelijk de baas ben. Dus ja dan ga ik juist door. Helemaal als die desbetreffende ego’s, vanwege hun klapvee, er niet voor uit durven te komen dat ze fout zitten, niet consequent zijn of gewoon lariekoek verkopen. Want op dat gebied denk ik namelijk als ego het wedstrijdje alsnog te kunnen winnen. Toegeven dat je fout zit of excuses maken, heb ik na veel ervaring op dat gebied, weinig problemen meer mee.

Is het dan rancune dat ik Esther Voet continu opzoek omdat zij te kinderachtig is om haar ongelijk toe te geven of de inhoudelijke discussie met mij over een onderwerp, Israel, dat mij na aan het hart ligt, blijft ontwijken omdat ik kritisch naar haar toe ben? Ik weet het niet. Ik werd pas getriggerd in deze fittie toen ze onnodig neerbuigend naar me werd. Dat ik daar nog gevoelig voor ben op mijn 44e is misschien ook kinderachtig maar ik heb hier boven proberen uit te leggen hoe dat zit. Bovendien blijft het een inhoudelijke discussie – die zij niet aandurft! –  ook al vlieg ik ook nog wel eens persoonlijk uit de bocht. Is het rancune dat ik de site The Post Online blijf bekritiseren omdat ze op oneerlijke of oneigenlijke gronden een stuk van me weigerden? Ik kan slecht tegen oneerlijkheid dus ja misschien wel. Nu is Bert Brussen zelf ook een opperrancunist dus ik voel mij niet erg bezwaard. Zeker zolang de kritiek inhoudelijk blijft.

Sowieso is oneerlijkheid of achterbaksheid iets waar ik een duidelijke grens trek. Die karaktereigenschap verdient rancune. Iedereen bezondigt zich er helaas wel eens aan maar dan maak je excuses. Indien die uitblijven is rancune terecht je deel. Misschien vinden mensen me na dit stuk een nog grotere lul. Het zij zo. Ik vind mezelf soms ook een grote lul. Ik troost me dan met de gedachte dat ik als lul in ieder geval ballen heb. En dat kun je van een groot deel van de zichzelfpijpende media-elite niet zeggen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *