Iqrit-1024x768

Twee verdwenen dorpen in Israël: Kafr Bir’im en Iqrit

Een aantal weken geleden had ik op twitter een discussie met ultrazionist en auteur van de site Opiniez, Joop Soesan. De discussie ging over de vraag of in Israël binnen de groene lijn – op de Westbank is dat natuurlijk overduidelijk niet het geval – gelijkheid voor de wet geldt. Joop Soesan had net een juichbericht getweet aangaande de veroordeling van oud-premier Olmert met als boodschap dat in Israël, in tegenstelling tot andere landen, geen klassenjustitie zou bestaan.

Onzin
Dat is natuurlijk onzin en dus legde ik hem een specifiek voorbeeld voor van een groep die 18 jaar wettelijk gediscrimineerd werd en al 67 jaar institutioneel gediscrimineerd wordt in de Israëlische samenleving binnen de groene lijn: Arabische Israëliërs. Dit is de groep Arabieren van ongeveer 150.000 zielen die na de Nakba van 1948 in de nieuwe staat Israël waren achtergebleven. Hoewel hen door de nieuwe Israëlische staat het staatsburgerschap werd verleend, stonden zij tot 1966 onder militair bestuur met zware restricties aangaande bewegingsvrijheid, vrijheid van meningsuiting enzovoort. Tegenwoordig telt deze gemeenschap zo’n 1,5 miljoen zielen, waarvan het grootste gedeelte in Galilea, het noorden van Israël woont. Geheel toevallig ook een van de favoriete streken van Joop in Israël

Voorbeeld
Het specifieke voorbeeld waar ik mee kwam, is het verhaal van de inwoners van twee Arabische dorpjes, Kafr Bir’im (Biram) en Iqrit in het noorden van Galilea, vlakbij de Libanese grens. In Israël is dit verhaal alom bekend, dus ik was enigszins verbaasd dat Joop, als zelfverklaarde Israël kenner, er nog nooit van gehoord had. Aan de hand van de twitter discussie kreeg ik ook een aantal vragen van diverse tweeps over dit verhaal dat in Nederland totaal onbekend blijkt te zijn. Reden voor ondergetekende om het een keer op te schrijven en te publiceren.

Israëlische onafhankelijkheidsoorlog 1948
Biram en Iqrit waren twee kleine dorpjes met respectievelijk 1000 en 500 voornamelijk christelijk Arabische inwoners. Tijdens operatie Hiram van het Israëlische leger in de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog van 1948, werden de inwoners van beide dorpen door de IDF (Israeli Defence Force) geëvacueerd, omdat ze in het strijdgebied lagen met vanuit Libanon opererende Arabische strijdgroepen. De inwoners van beide dorpen hadden part nog deel aan de strijd en werden door de IDF naar twee verder weg gelegen Arabische dorpen geëvacueerd. De inwoners werkten vrijwillig mee aan de evacuatie, omdat zij de belofte van het leger hadden gekregen dat zij na het staken van de oorlogshandelingen naar hun dorpen mochten terugkeren. De gemeenschap van Iqrit kwam in het ver weg gelegen dorp Ramah terecht en die van Biram in het nabij gelegen dorp Jish.

Verbroken belofte
Na de gewonnen onafhankelijkheidsoorlog in 1949 weigerden de IDF en de Israëlisch regering de inwoners van Biram en Iqrit naar hun dorpjes te laten terugkeren. Hoewel ‘veiligheidsoverwegingen’ als reden werd gegeven, was de echte motivatie zoals later zou blijken dat Israël geen precedent wilde scheppen dat enige legitimiteit zou schenken aan het recht op terugkeer van duizenden verplaatste Arabische Israëliërs binnen de groene lijn. En zeker niet aan de 700.000 Palestijnse Arabieren die tijdens de Nakba van 1948 gevlucht of verdreven waren naar de omliggende Arabische staten. De terugkeer van deze laatste groep zou immers de gecreëerde nog precaire demografische joodse meerderheid van de net geboren staat Israël verstoren.

Bombardementen
De inwoners van Biram en Iqrit probeerden als Israëlische staatsburgers de door de IDF en de staat Israël gedane belofte van terugkeer naar hun dorpen alsnog ingelost te krijgen en vochten de weigering aan tot het Israëlische hooggerechtshof, de hoogste juridische instantie van de staat Israël. Dat stelde in 1951 de inwoners van beide dorpen in het gelijk en verordonneerde dat zij naar hun dorpen mochten terugkeren. Het hooggerechtshof gaf de IDF een jaar de tijd om dit te organiseren en mogelijk te maken. Beiden dorpen lagen echter nog in een Arabisch Israëlisch gebied dat nog tot 1966 onder militair bestuur zou blijven. Om een einde aan de gerechtelijke strijd en de hoop van de dorpelingen te maken, bombardeerde de IDF in respectievelijk 1951 en 1953 uit ‘veiligheidsoverwegingen’ Iqrit en Biram tot stof. Alleen de twee kerkjes van de dorpen bleven overeind. Het land van beide dorpen werd middels de omstreden wet ‘inzake eigendommen van afwezigen’ en de wet op de ‘vordering van gronden’ eigendom van de Israëlische staat.

Golda Meir
Tot het opheffen van het militaire bestuur in 1966 bleven de inwoners van Biram en Iqrit een verloren strijd voeren. Daarna kwamen echter nieuwe kansen. Vanaf 1968 werd de strijd onder leiding van de charismatische nieuw benoemde Grieks-Katholieke bisschop van het bisdom Acre, Joseph Raya, voortgezet door middel van politiek activisme, vreedzame demonstraties en marsen naar de vernietigde dorpen. Raya, een persoonlijke vriend van Martin Luther King, bracht met zijn ervaring op het gebied van vreedzaam verzet en publiciteit – opgedaan bij de Amerikaanse burgerrechtenbeweging – de zaak Biram/Iqrit in het centrum van de publieke aandacht in Israël. In 1972 was het aan de premier van het kabinet van de arbeiderspartij, Golda Meir, om een definitief besluit te nemen. Ondanks grote druk van buitenaf – zelfs toenmalig politieke havik, oppositieleider en latere oprichter van Likud, Menachem Begin, maar ook een icoon van de arbeiderspartij zelf, Yigal Allon, waren vóór terugkeer – besloot Meir het verzoek af te wijzen.

Demonstraties
In augustus demonstreerden de dorpelingen van het voormalige Biram en Iqrit met 3000 sympathisanten in Jerusalem voor het kantoor van premier Meir. Zij gaf echter niet toe. Ze wilde geen precedent scheppen voor het recht op terugkeer van verdrevenen binnen de groene lijn met het oog op de vluchtelingen buiten de groen lijn. Israel had in 1967 immers de West Bank op Jordanië veroverd tijdens de zesdaagse oorlog en daar woonden inmiddels honderdduizenden Palestijnse Arabieren die in 1948 verdreven of gevlucht waren en hun nakomelingen. Die wilden uiteraard ook terug naar de dorpen en huizen die zij achter hadden gelaten in 1948.  Het was echter wel voor het eerst dat deze reden (geen precedent) expliciet door een Israëlisch kabinet werd gegeven. Tot die tijd was dat het – voor een land in oorlog begrijpelijke maar vaak misbruikte – ‘veiligheidsoverwegingen’.

Zwarte September
In september 1972 zou de zaak Biram/Iqrit tot verdriet van de vreedzame actievoerders zelfs internationaal in het nieuws komen. Op 6 en 7 september gijzelde en vermoordde de Palestijnse terreurgroep Zwarte September – onderdeel van Yasser Arrafats Fatah – 11 Israëlische atleten en officials op de Olympische Spelen van München. In het communiqué dat de terroristengroep de wereld instuurde noemde zij de operatie ‘Operatie Kafr Bir’im en Iqrit’ om te ‘protesteren’ tegen de onderdrukking van Palestijnen in hun eigen land. Dit was een regelrechte klap voor de publieke goodwill die de vreedzame demonstranten sinds 1968 gekweekt hadden. De vernietigde dorpen werden weer militair gebied verklaard om de demonstranten en voormalige inwoners buiten te houden.

Yom Kippoer oorlog tot nu
Na de Yom Kippoer oorlog van 1973 nam een nieuwe generatie Biramezen en Iqritianen de strijd om naar de dorpen – waar zij zelf vaak niet meer geboren waren – terug te mogen keren, over. Vanaf 1976 kregen zij voor het eerst toestemming van de regering om de dorpen recreatief te bezoeken. Nu werd het mogelijk om, overigens tegen de regels in, illegaal de dorpen en de wegen die er na toe leidden op kleine schaal te herstellen. Ook werden er in de zomer tussen de ruïnes jeugdkampen georganiseerd om de band van nieuwe generaties met de verdwenen dorpen van hun ouders of grootouders te bewaren. De strijd werd in de jaren tachtig en negentig ook op juridisch en politiek vlak voortgezet. Een keerpunt bleek het vredesproces dat onder premier Rabin na de zogenaamde Oslo-akkoorden van 1993 van start ging. Rabin stelde de commissie Liba’i  in om de zaak Biram/Iqrit te onderzoeken. Die besloot in 1995 dat een deel van de oorspronkelijke bewoners uit 1948 en hun kinderen, maar niet alle nakomelingen, mochten terugkeren naar de dorpen. Hoewel een grote overwinning – het was voor het eerst dat de Israëlische overheid de terugkeer van in 1948 verdrevenen toestond – ontstond er nu getouwtrek tussen de twee gemeenschappen en de regering over de details van de aanbevelingen van de commissie Liba’i.

Moord
Met de moord op Rabin – die het initiatief had genomen tot het instellen van de commissie Liba’i – door de nationaal religieuze extremist Yigal Amir in november 1995, liep de strijd van de Biramezen en Iqritianen voor terugkeer wellicht de definitieve nekslag op. Het overleg met betrekking tot de details van de terugkeer verzandde daarna in juridisch getouwtrek, waar de tweede intifada in 2001 en de inmiddels aangetreden premier Ariel Sharon in 2002 een definitief einde aan maakten. In 2003 spanden de bewoners van Iqrit nog een zaak aan bij het Israëlische hooggerechtshof om de beslissing van Sharon terug te draaien, maar dat schoof een uitspraak op de lange baan in afwachting van betere ‘veiligheidsomstandigheden’.

reis israel (165)

Toomi
In 2008 reisde ik met mijn beste vriend die als antropoloog acht jaar veldonderzoek deed naar de ontwortelde gemeenschappen van Biram en Iqrit door Galilea. We gingen op bezoek bij Toomi die in 1948 als 19-jarige jongen uit zijn dorp Biram verdreven werd. In 2008, inmiddels ver in de zeventig, leidde hij mij rond door de ruïnes van zijn dorp. Hij vertelde over zijn jeugd in het dorp en liet mij de resten van een put zien die hij nog samen met zijn vader geslagen had in 1946.

reis israel (44)

Overwinnen
Toen het begon te schemeren nam hij mij mee naar de goed onderhouden begraafplaats net buiten het verdwenen dorp. Geëmotioneerd liet hij het graf zien waar hij zou komen te liggen. Uiteindelijk als hij dood was, zou hij de strijd die hij zijn hele volwassen leven gevoerd had, eindelijk winnen, grapte hij. Toomi leeft nog steeds. Hij is nu 86. Hoewel hij nog steeds niet als Israëlisch staatsburger in zijn geboortedorp mag wonen, hebben zijn medestrijders van het andere dorp Iqrit een succesje geboekt. Twee maanden geleden kregen zij voor het eerst toestemming om de nog staande kerk op het Israëlische elektriciteitsnet aan te sluiten. Dan hoeven zij in de winter niet aan de slag met een aggregaat als er eens een dienst of een begrafenis wordt gehouden tussen de ruïnes van de rest van het dorp.

PS: meer weten? Mijn vriend historicus en antropoloog Adoram Schneidleder schreef een 1000 pagina’s tellend (Franstalige) PhD over het bovengenoemde onderzoek. Op aanvraag kan ik dat mailen. Eind dit jaar verschijnt een Engelstalige handelsversie hiervan bij Brill (Leiden).

De websites van de gemeenschappen van Iqrit en Biram

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *