Leo-Lucassen

Professor Leo Lucassen snapt weinig van de Gouden Eeuw: analyse van zijn openbare college over migratie

Ons aller Leo Lucassen hoeft voor dit artikel natuurlijk eigenlijk geen introductie meer. Leo is inmiddels de bekendste linkse activist op Twitter en in de media, die onder het mom van ‘wetenschap’ nu al vijf maanden hetzelfde oogkleppen adagium herhaalt: ‘De massa-immigratie valt mee en de islam is oké.’ En ook al valt de massa-immigratie inmiddels niet meer mee, toch blijft die te allen tijde oké. Zoals ik al voorspelde in mijn artikel van afgelopen november Oh Leo, ik mis je grafiekjes zomocht Leo zelfs aanglibberen aan tafel bij Matthijs in DWDD. Ik hoopte dat mijn kritische vragen tijdens een bezoek aan een van zijn lezingen een wat meer kritische houding naar zichzelf en zijn ideologie tot gevolg zou hebben, maar tevergeefs. De oogkleppen van Leo zitten inmiddels zo strak dat hij in staat is om iemand (bataviroloog Wierd Duk in dit geval) van persoonlijke verdachtmakingen te beschuldigen zonder door te hebben dat hij in dit geval precies hetzelfde doet. Tijd om Leo nogmaals op de korrel te nemen dus en deze keer aan de hand van zijn openbare colleges over migratie voor de Universiteit van Nederland.

Lucassen gaf vijf colleges van een kwartier rondom het onderwerp migratie in de stijl van DWDD-university voor een algemeen publiek. Ik beperk mij in eerste instantie (ik heb ook een leven) tot het eerste college over massa-immigratie in de Gouden Eeuw, met de titel: Hoe heeft massa-immigratie Nederland rijk gemaakt? De strekking van deze titel ‘massa-immigratie is ok!’ ligt er natuurlijk dik bovenop. Leo zal het populistische plebs even duidelijk maken – ook al zal hij dat in het college natuurlijk niet expliciet zeggen – dat wanneer massa-immigratie toen oké was, die nu in ons huidige tijdsgewricht ook oké is. In de media en op Twitter gebruikte Lucassen deze vergelijking met de 17e eeuw meerdere keren als argument tegen het vijandige klimaat ten opzichte van migranten en vluchtelingen in de huidige crisis. Nu zijn diachrone vergelijkingen (hetzelfde fenomeen in verschillende tijden vergelijken) niet echt Leo’s kopje thee in de moskee. Leo is het soort ‘geschiedwetenschapper’ dat selectief op zoek gaat naar overeenkomsten (nooit de verschillen, wat echte geschiedwetenschappers meestal plegen te doen) uit het verleden die binnen zijn idealen passen of zijn activisme ondersteunen. We zijn dus vooral benieuwd welke verschillen Leo weg zal laten in zijn verhaal over de Gouden Eeuw om zijn impliciete boodschap te verkondigen.

De Gouden Eeuw in de Republiek was alleen maar mogelijk door massa-immigratie. Dat is de uiteindelijke conclusie die Leo Lucassen uit dit college trekt. Die stelling klopt inderdaad volledig. Vroegmoderne stedelijke economieën – waar ook ter wereld – waren voor groei altijd volledig afhankelijk  van immigratie vanwege het sterfteoverschot dat door het lage algemene gezondheidspeil een constante was. Hoewel Lucassen op Twitter dus meerdere keren de huidige migratiecrisis met de 17e eeuw vergelijkt om de eerste in een positiever daglicht te zetten, stipt hij hier onbedoeld natuurlijk een belangrijk verschil aan tussen nu en de 17e eeuw. Immigranten waren toen per definitie nodig voor economische groei. In onze huidige technologisch geavanceerde economie met 800.000 werkelozen is dat natuurlijk een heel ander verhaal.

Als Leo de zegeningen van massa-immigratie in de 17e eeuw de revue heeft laten passeren, gaat hij rond 9 minuut 30 over op ‘integratie in de 17e eeuw’. Hoe werd er tegen vreemdelingen aangekeken en hoe werden ze behandeld? Dit is interessant want hier komen we op een fundament van de boodschap die Leo de afgelopen maanden steeds verkondigt. Namelijk dat niet de massa-immigratie het probleem is, maar het huidige vijandige klimaat in Nederland ten opzichte van de massa-immigratie. Hij zegt dat steden in de 17e en 18e eeuw daar niet zo moeilijk over deden. Er was geen democratie dus er waren ook geen partijen (PVV) die zeiden ‘we willen geen immigranten’, een belangrijk verschil volgens Lucassen. Ook maakte de stedelijke elite zich volgens Leo geen zorgen om een sociale onderlaag van vreemdelingen die in steden ontstonden (dat deden zij overigens wel!), laat staan dat daar integratiebeleid op gevoerd werd. Hier blijkt toch wel uit dat Leo geen jota verstand heeft van de stedelijke samenleving in de Republiek van de 17e eeuw en dat is voor een professor toch best schokkend.

Het belangrijkste verschil met de 17e eeuw dat Leo in dit college namelijk vergeet te benadrukken, is dat de stedelijke samenleving toen uitging van fundamentele ongelijkwaardigheid van mensen. Dit in tegenstelling tot de huidige Nederlandse samenleving, waar de fundamentele gelijkwaardigheid voor de wet het uitgangspunt is. Het belangrijkste uitsluitingsmechanisme van een stad was het Poorterschap of officieel burgerschap. Een kleine minderheid in een stad als Amsterdam was ‘poorter’ in de Gouden Eeuw. Dat werd je door geboorte, door huwelijk met een poortersdochter of je kon het Poorterschap kopen voor een bedrag dat voor een gewone arbeider of immigrant onbetaalbaar was. Als poorter had je allerlei rechten op juridisch vlak, bescherming van eigendom, recht op armenzorg van het stadsbestuur en je kon toetreden tot een gilde. Het grootste gedeelte van de bevolking van Amsterdam en de meeste immigranten was echter ‘vreemdeling’. Hoewel er wat zeer summiere voorzieningen waren voor vreemdelingen, bijvoorbeeld voor wezen van vreemdelingen het aalmoezeniersweeshuis (dat was geen pretje zeker niet vergeleken met het ‘Burgerweeshuis voor poorterskinderen), waren zij vrijwel rechteloos en wat betreft een sociaal vangnet volledig op zichzelf of hun religieuze netwerk aangewezen als het misging. Ging een vreemdeling in de fout dan was er een buitengewoon hardvochtig en discriminerend stedelijk rechtssysteem om dat af te straffen. Verbanning uit de stad was voor een vreemdeling vrijwel standaard, om niet te spreken van lijf- en doodstraffen, zoals we die nu in Raqqa op filmpjes kunnen bewonderen.

Elsje

Hier hangt de 18-jarige Elsje Christiaens uit Jutland, getekend door Rembrandt. Als jonge immigrante uitgebuit (dat was meer praktijk dan uitzondering) en geslagen door haar hospita, sloeg ze terug met een bijl, waardoor de hospita van de trap viel en overleed. Elsje kreeg van de beul een paar klappen met ‘het moordwapen’ alvorens gewurgd te worden op de Dam. Als waarschuwing aan vreemdelingen werd haar lijk te pronk gesteld op de Volewijk, waar Rembrandt haar in 1664 tekende. Het hele systeem van de 17e eeuwse stedelijke samenleving was er op gericht ‘het grauw’, dat grotendeels uit vreemdelingen bestond, onder de duim te houden. Discriminatie van vreemdelingen was derhalve het uitgangspunt en de praktijk.

Ook beweert Lucassen in dit gedeelte dat de culturele en taalkundige verschillen tussen de verschillende immigranten uit Duitsland, Scandinavie of Frankrijk toen veel groter waren dan nu. Ook dat waag ik te betwijfelen. Sowieso is de 17e eeuw de periode dat de latere (nationale) talen voor het eerst gestandaardiseerd beginnen te worden, dus werden er mengelmoesjes van verschillende locale dialecten gesproken die de verschillen niet perse groter hoefden te maken; eerder kleiner. Daarnaast was de belangrijkste culturele factor in deze periode religie. In een stad als Amsterdam waren alle christelijke religies vertegenwoordigd. Een Nederlandse katholiek uit één of ander vissersdorpje, verschilde niet zoveel van een katholiek uit een Frans vissersdorpje en zij hadden meer met elkaar dan die Nederlandse katholiek met zijn Gereformeerde Nederlandse buurman. Leo lijkt het verschil in cultuur van vreemdelingen en ‘Nederlanders’ in de 17e eeuw vooral te willen benadrukken als verwijzing naar de huidige islamitische immigranten die vaak een totaal andere cultuur meebrengen, die op meerdere vlakken haaks staat op de moderne Europese cultuur. Tot 13 minuut 25 weet Leo echter expliciete vergelijkingen tussen de 17e eeuw en de actualiteit te vermijden. Dan gaat het toch nog mis en hoe!

Leo geeft dan aan dat er één groep was in de 17e eeuw die echt als heel anders werd gezien en daarom ook als tweederangsburgers werden behandeld: de joodse immigranten. Hij vervolgt dan: ‘dat waren een beetje de moslims van de 17e eeuw’. Hoewel alle ‘vreemdelingen’ als tweederangs burgers werden behandeld, werd de Joodse gemeenschap in Amsterdam in de 17e eeuw gezien als een ‘vreemde natie’. Binnen hun eigen gemeenschap hadden zij vrijheid om hun zaken op hun eigen manier te regelen en bijvoorbeeld de statige synagogen te bouwen die Amsterdam nu nog rijk is. Binnen de stedelijke gemeenschap waren Joden inderdaad tweederangsburgers die structureel gediscrimineerd werden. Veel beroepen en gilden waren voor Joden, zelfs als zij poorter waren of het poorterschap gekocht hadden, bij wet gesloten. Dat Lucassen ‘de moslims’ van nu vergelijkt met de Joodse gemeenschap in de Gouden Eeuw laat nog maar eens zien wat een matig historicus hij eigenlijk is. Moslims in Nederland zijn gelijk voor de wet net als alle andere Nederlanders. Maar meer nog laat deze slechte vergelijking zien dat Lucassen een totaal verwrongen beeld heeft van moslims in Nederland. Hij baseert zijn beeld daarover op de windmolens waar hij als een 21 eeuwse Don Quichote al maanden tegen aan het vechten is: de PVV en het extreemrechtse sociale media riool.

Iedere historicus wordt bij zijn kijk op het verleden beïnvloed door het heden. Echter als de kijk op het heden, zoals in het geval van Leo Lucassen, door ideologie en activisme al zo vertekend is, en je dan ook nog een zeer matig historicus bent die niet in staat is te begrijpen ‘wie es eigentlich gewesen ist’, dan kan je beter iets anders gaan doen. Er is natuurlijk een plek waar dit soort middelmatigheid goed gedijt. De politiek. Het zou ondergetekende niets verbazen dat de Leo Lucassen Media Tsunami van de afgelopen maanden ook uitsluitend dat als doel heeft gehad. Want ondanks dat Leo professor is en altijd schermt met ‘de wetenschap’, ‘objectieve cijfers’ en natuurlijk zijn, grafisch en esthetisch gezien, uitmuntende grafieken, denk ik dat er nog maar weinig echt serieuze historici hem als historicus serieus nemen.

PS: In dit college zegt Lucassen ook nog dat het de stadsbesturen in de 17e eeuw niet uitmaakten of de immigrant uit Abcoude of ‘Kirgizistan’ kwam. Leo bedoelt hier Kirgizië of Kirgistan. Soms is hij onbedoeld grappig. Ik denk echter dat ook deze uitspraak van Leo niet klopt en dus ook niet letterlijk genomen moet worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *