Batavia

Brieven aan Bas: correspondentie tussen twee historici op zoek naar het midden

Op 3 januari jongstleden vond een historische nieuwjaarsborrel plaats in café Batavia (what’s in a name?) te Amsterdam. Onder de aanwezigen waren historicus Jan Tervoort (1971), auteur van Batavirus.nl, en historicus en publicist Bas Kromhout (1975). Tijdens het rijkelijk vloeiende bier kwamen onder andere de groeiende polarisatie in de Nederlandse media en samenleving en het gebrek aan het genuanceerde midden ter sprake. De oprichting van Batavirus.nl was inmiddels in volle gang en ondergetekenden spraken af ooit een correspondentie te starten. Op zoek naar het midden. Beiden zijn van dezelfde generatie maar met verschillende uitgangsposities binnen het politieke spectrum. Afgelopen dinsdag opende Jan de correspondentie met zijn eerste brief aan Bas. Bas antwoordt vandaag met de onderstaande brief:

Beste Jan

Drank maakt weer eens meer kapot dan me lief is. Zó ging ik nietsvermoedend naar de borrel van onze gezamenlijke vriend en zó ben ik dan nu in correspondentie met jou op dit opinieblog. En dat terwijl ik me eerder had voorgenomen weg te blijven van het meningencircus (hoewel ik, toegegeven, nog wel eens zondig). Om maar te zwijgen van de compromitterende foto die je bij je openingsbrief hebt geplaatst. Betrapt in het gezelschap van Thierry B., die de verpersoonlijking is van alles waar het publieke debat zo onder te lijden heeft: radicalisme, egotisme en minachting voor feiten. Zaken waar jij en ik, als mensen die het midden zoeken, van gruwen.

Zullen wij dat midden vinden en zullen wij elkaar daar aantreffen? Mijn midden is niet per se jouw midden. Het kan meer of minder omvattend zijn, of meer richting de ene of de andere kant liggen. Objectief gezien verschuift het midden wanneer een van de extremen zwaarder wordt. Daardoor kun je zelfs zonder een stap te verzetten van het midden naar de rand bewegen. Maarten van Rossem vertelde me eens dat in de jaren zestig zijn studievrienden hem als een rechts mannetje beschouwden, terwijl hij tegenwoordig het imago heeft van een extreemlinkse ‘gekkie’. ‘Niet ík ben veranderd, maar iedereen om mij heen,’ zei hij. Ook hoor en lees ik regelmatig dat eerbiedwaardige liberale instituties als D66 en het NRC Handelsblad in werkelijkheid gevaarlijke linkse agitatiehaarden zijn. Ik bedoel maar.

Jij hebt mij ooit ‘links van het midden’ genoemd. Daar heb ik geen bezwaar tegen. Ik hoop dat je het mij niet kwalijk neemt als ik jou ergens rechts van het centrum projecteer. Waarom? Kleine dingetjes. Zoals de vanzelfsprekendheid waarmee je beweert dat de samenleving is gefeminiseerd, waardoor Nederlanders niet meer voor een ideaal zouden willen vechten. Hoewel je tegen geweld bent, lijkt het je ergens toch te spijten. Of maak ik me nu schuldig aan die onhebbelijke gewoonte van geesteswetenschappers om in elke tekst diepere lagen te zoeken die er niet zijn?

Laat ik nog een voorbeeld noemen. Je vergelijkt Pegida-aanhangers met Amsterdamse Joden die in 1942 door het Gemeentelijk Vervoersbedrijf naar het Centraal Station werden gebracht, waar treinen klaarstonden om hen verder te transporteren naar Westerbork. Nu ben ik als pleitbezorger van de vrijheid van Godwin blij dat je je koudwatervrees tegenover deze vorm van vergelijkende geschiedenis hebt overwonnen. Maar de analogie moet wel ergens op slaan. De Godwin in kwestie lijkt mij ongepast en buiten proportie. Je kunt het oneerlijk vinden voor die jongens dat hun legale demonstratie moest worden ingekort omdat zelfverklaarde antifascisten voor een dreigende sfeer zorgden, maar dat is geen reden hen te tooien met het aureool van ultiem slachtofferschap. Het klopt ook niet met je eigen constatering dat wat er op 3 januari bij de Blauwbrug gebeurde, feitelijk geen naam mocht hebben.

Het meest intrigerend vind ik je opmerking dat wij elkaar ‘als geschiedwetenschappers’ zouden moeten kunnen vinden in de doelstelling ‘minder islam én minder racisten’. En in het midden nog wel. Misschien heb je je gewoon wat onzorgvuldig uitgedrukt en moet ik er niets achter zoeken. Maar zowel ‘minder islam’ als ‘minder racisten’ zijn formuleringen die ik moeilijk kan rijmen met de pragmatische en realistische bedaagdheid die ik me voorstel bij een leven in het midden.

Als je wilt bereiken dat er in toekomst minder islam zal zijn in Nederland, dan kun je dat theoretisch gesproken proberen door óf een deel van de islamitische bevolkingsgroep het land uit te zetten óf zo veel mogelijk moslims te bekeren tot het atheïsme of een alternatieve godsdienst. De eerste methode wijzen wij vanzelfsprekend af. Kies je voor de tweede methode, dan is het – afgezien van het risico om als een Jehovagetuige de deur in het gezicht geslagen te krijgen – de vraag wie deze taak op zich moet nemen. De overheid behoort niet in te treden in de religieuze beleving van haar burgers. Scheiding van kerk en staat, niet waar? Nu kun je redeneren dat de de-radicaliseringsprogramma’s waar jihadistische jongeren aan worden onderworpen ook een vorm zijn van overheidsinmenging in het individuele geloofsleven. Dat is waar, maar in dit geval gaat religie over in (al dan niet potentieel) terrorisme en is het grotere belang van de veiligheid van staat en bevolking in het geding. Ik ga er niet vanuit dat jij de islamitische religie in haar geheel beschouwt als een veiligheidsrisico. Daar lijk je me te genuanceerd voor.

Ook bij de doelstelling ‘minder racisten’ heb ik bedenkingen. Zo geformuleerd lijkt het inderdaad of een beroep moet worden gedaan op het GVB, de RET en de HTM. Waarschijnlijk bedoel je ‘minder racisme’. Dat is een mooi ideaal. Haalbaar? Daar ben ik weinig optimistisch over. Als intensieve voorlichting en Holocausteducatie de afgelopen zeventig jaar het racisme niet hebben kunnen uitroeien, zal dat de komende zeven decennia ook wel niet lukken. Racisme en aanverwante onverdraagzaamheden hebben in Nederland lange tijd een ondergronds bestaan geleid, omdat het niet politiek correct was om je discriminerend te uiten en te gedragen. God, wat verlang ik terug naar die tijd. Maar nu steekt het monster zijn lelijke kop weer op, nauwelijks gehinderd en soms zelfs aangemoedigd door een verwarde intelligentsia die als de dood is voor elitair en zuur te worden versleten. Als je racisme wilt terugdringen in het hok waar het hoort, zouden we moeten beginnen met onze columnisten, journalisten, politici en overige roeptoeters te herinneren aan hun verheffende taak. Maar nu hoor ik de sirenes van de gedachtepolitie-politie al in de verte loeien.

In plaats van onze tijd te verdoen aan pogingen om moslims of racisten te bekeren, kunnen we onze energie beter aan een andere doelgroep besteden. Die doelgroep zijn wijzelf, de mensen van het midden. Wij zijn met velen, daar ben ik van overtuigd. Laten al die redelijke middenmensen de handen ineenslaan en samen een dam opwerpen tegen radicalisme, van welke kant dit ook komt. Mijn favoriete voorbeeld is de beweging Eenheid Door Democratie, die zich eind jaren dertig van de vorige eeuw schrap zette tegen fascisme en communisme (ik heb er ooit in Historisch Nieuwsblad aandacht aan besteed http://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/26285/1935-mussert-of-moskou.html ) Een van de oprichters was de bekende historicus (!) Pieter Geyl. EDD was zelf geen politieke partij, maar verenigde mensen van verschillende signatuur: confessionelen, liberalen en sociaal-democraten. Hun slogan: ‘Mussert noch Moskou!’ Wij zouden daar in deze tijd zoiets van kunnen maken als ‘Wilders noch wahabisme!’. De boodschap van EDD was simpel: stem niet op ondemocratische partijen. Ik zou hier een oproep aan willen toevoegen, gericht aan onze volksvertegenwoordigers: werk niet met die partijen samen. Praat ze niet naar de mond, maar veroordeel hun gedachtegoed. En als ze haat zaaien of tot geweld oproepen, verbied ze dan. Weest waakzaam en weerbaar.

Als je wilt weten uit welke hoek momenteel het grootste gevaar voor onze democratische rechtsstaat komt, hoef je alleen maar naar de peilingen te kijken. Bij de laatste steekproef van Maurice de Hond haalden de gezamenlijke shariapartijen weer nul zetels. De PVV daarentegen staat geloof ik op 40, of is het inmiddels 44? Dat betekent dat Wilders niet alleen de steun heeft van dat marginale clubje ingebeelde avondlandridders bij de Blauwbrug, maar dat een aanzienlijk deel van de Nederlandse middenklasse overweegt op hem te stemmen. Dat zijn honderdduizenden mensen die traditioneel bij het democratische centrum horen. Vinexbewoners, tweeverdieners, ouden van dagen. Waarom zijn zij verdwaald en hoe brengen we hen weer thuis? Dat zijn de twee vragen die nu het hardst om een antwoord schreeuwen. Ik weet het niet. Denk je met me mee?

Groeten, Bas

PS van de redactie aan de lezers: U heeft Bas Kromhout’s uitstekende biografie over de Nederlandse SS voorman Henk Feldmeijer ‘De Voorman‘ inmiddels uit? Medio april verschijnt een nieuw boek van zijn hand: Fout! Schokkende artikelen uit de Nederlandse nazi-pers.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *