Historische verbeelding in Vondels Verovering van Grol

Inleiding

‘Daer grimmen tegens twee helden onser eeu,

Als oude tiger grimt op jeughdelijcken leeu

Wiens voordeel hy benijd, en heeft sijn’ toorn geslepen,

En scharp gebit gewet, om ’s vyands opgegrepen,

En versch bebloeden roof uyt klem van krommen klaeu

Te rucken met geweld; nu swelt hij paers, nu blaeu

Van gramschap: maer de staert des leeus begint te krullen,

De maen te rysen, en de muyl heel naer te brullen,

Van uyt den schuylhoeck, daer hy’s tigers aenval wacht.’[1]

 

Zo omschrijft Joost van den Vondel de eerste aanval van het Spaanse ontzettingsleger onder Graaf Hendrik van Bergen op het Staatse leger onder Prins Frederik Hendrik, dat op het punt staat de door de Spanjaarden bezette stad Grol in te nemen. In zijn naar episch heldendicht neigende lofdicht[2] op de Prins van Oranje Frederik Hendrik, Verovering van Grol, bedient de beroemde dichter zich opvallend veel van dierlijke en natuurlijke metaforen om de historische gebeurtenissen die aan het gedicht ten grondslag liggen te vertellen en te verlevendigen. Binnen het gedicht contrasteren de veelvuldig terugkerende dierlijke en natuurlijke beelden enigszins met de redelijk gedetailleerde beschrijving van de daadwerkelijke historische gebeurtenis, het beleg en de slag om Grol in de zomer van 1627.[3] Als experiment zou men kunnen stellen dat dit contrast veroorzaakt wordt door de gedachte dat Vondel zich in dit werk niet alleen als dichter maar ook als geschiedschrijver manifesteert.

Lees verder Historische verbeelding in Vondels Verovering van Grol

Daniel Raap en populair orangisme 1747-1754

De meest gehate Amsterdammer van de achttiende eeuw

‘Rumoer-baas! Atheist, Aarts-gauwdief, Pest der Steeden,

Afgryslyk Monster in ’t Oproerig Altijd Wel;

Al rot en stinkt uw Romp alhier, met smaat Betreden;

Perzoonen van uw Rang zyn Meesters in de HEL’[1]

 

Zo luidt een van de vele grafschriften die in een ‘bloemlezing’ van verzamelde lijk- en grafdichten gepubliceerd werd naar aanleiding van het overlijden op 10 januari 1754 van misschien wel de meest gehate Amsterdammer van zijn eeuw, de porseleinverkoper en ‘doelist’ Daniel Raap. De onversneden haat die uit ieder gedicht van dit pamflet spreekt – één uit een hele stortvloed van hatelijke pamfletten – lijkt zelfs voor de toch vaak niet malse toon in de pamflettencultuur van de Republiek uitzonderlijk en bleef daarom ook niet tot het papier beperkt. De avond voor de begrafenis werden enkele ruiten van Raaps huis ‘Altijd Wel’ op de Vijgendam ingegooid. Op de dag van de begrafenis zelf ontstond er oproer voor het huis en vernielde ‘het grauw’ de lijkbaar die voor het huis stond om de begrafenis te verhinderen. Uiteindelijk werd de kist met Raaps stoffelijk overschot om drie uur ‘s nachts onder gewapende escorte van de schutterij, haastig op een door een paard getrokken slee naar de Oude Kerk gebracht waar het opgebleven volk de kist alsnog met stenen bekogelde. In de kerk werd niemand toegelaten en de kist vlug in graf 45 naar beneden gelaten.[2]

Lees verder Daniel Raap en populair orangisme 1747-1754

Zelfreflectie (2): Rancune

Afgelopen week sprak iemand mij verwijtend toe op twitter: ‘als er iemand rancuneus is dan ben jij het wel!’ ‘Rancuneus zijn’ wordt in zijn algemeenheid niet als positieve karaktereigenschap beschouwd en dus trok ik mij deze opmerking aan. Ben ik bijzonder rancuneus, dat wil zeggen haatdragend en wraakzuchtig? Na enig zelfonderzoek denk ik dat dat inderdaad het geval is. Geen mooie eigenschap maar een en ander dient natuurlijk wel in context geplaatst te worden. Het gaat wat betreft het bovenstaande verwijt over rancune in de opiniewereld, de online media en daaraan verbonden twitter.

Lees verder Zelfreflectie (2): Rancune

Esther Voet, Europa en Israël. Kloosried

Omejan acht het een keer tijd om een stuk van opiniemaker Esther Voet te kloosrieden. Voet manifesteert zich de afgelopen jaren op opiniesite Jalta en het NIW nadrukkelijk in het Nederlandse publieke debat over allerlei onderwerpen. Meestal blijft dat beperkt tot het herkauwen van stukken en argumenten die door wat meer getalenteerde schrijvers en denkers in het debat al eerder en beter opgeschreven zijn. Op één onderwerp na: Israël. Voet, opgegroeid in een Nederlands christelijk gezin, bekeerde zich op haar 19e tot het Jodendom en was tot mei 2015 directeur van het CIDI. Op basis hiervan werpt zij zich in het debat rond Israël of het Israëlisch-Palestijns conflict op als expert waarbij haar vooringenomenheid – lees: onvoorwaardelijke steun voor Israël en haar beleid – haar echter voortdurend parten speelt om een juiste analyse te kunnen maken. Haar gebrek aan intelligentie en consequentheid ten opzichte van haar andere opinies die niet met Israël te maken hebben, komen dan voortdurend aan het licht.

Lees verder Esther Voet, Europa en Israël. Kloosried

Hoe de ultrazionistische hetze werkt: closeread artikel Zentgraaff van Geenstijl

Zes maanden terug schreef ik een artikel over wat ik zelf ultrazionisme in de online media ben gaan noemen. Ultrazionisme komt er in het kort op neer dat Israël, het beleid van de staat Israël of individuen met een Joodse achtergrond boven alle kritiek verheven zijn vanwege de tragische geschiedenis van het Joodse volk (in culturele zin) met als dieptepunt de Holocaust. Met betrekking tot het Israëlisch-Palestijns conflict zijn de Palestijnen, Arabieren, moslims en alle criticasters van Israël zo verschrikkelijk slecht dat kritiek op Israël overbodig of op zijn minst hypocriet is, waarvan het laatste de zweem van antisemitisme met zich brengt. De ‘ander’ is zo vreselijk dat hij op geen enkele vorm van rationele discussie, begrip of empathie kan rekenen, en dient bij gebrek aan argumenten met verwijzingen naar het verleden belasterd te worden. Het propagandistische doel van ultrazionisme is dat de sinds 1967 internationaalrechtelijke illegale kolonisatie van de Westbank ongestoord doorgang kan vinden ten koste van de Palestijnen die er wonen.

Lees verder Hoe de ultrazionistische hetze werkt: closeread artikel Zentgraaff van Geenstijl